Looptrainingen voor veldrijders

1Voor veldrijders is lopen een belangrijk onderdeel van hun sport. Lopen moet als veldrijder getraind en onderhouden worden. Veldrijden is al een intense sport genoeg, maar door op de training zich te focussen op het lopen kunnen ze van hun zwakte hun sterkte maken of hun voordeel nog verder uitbuiten wanneer ze al goede lopers zijn.
De eerste stap in een trainingsproces is het bepalen van wanneer je een looptraining in je trainingsschema kan plaatsen. Je wil niet beginnen in de laatste voorbereiding op het veldritseizoen. Wanneer het wegseizoen ook een prioriteit is, zijn de looptrainingen moeilijker haalbaar. Niets vermindert je snelheid harder dan lopen. Wanneer veldrijden je specialiteit is, dan kan je reeds heel snel – tijdens de basistraining – starten met de looptrainingen.
Een misvatting die vele renners maken is dat ze lange duurlopen van 10 kilometer of meer moeten maken. Dat is goed wanneer je een marathon gaat lopen, maar veldrijders moeten specifieker trainen. Kijk maar eens naar de tijd die je in een wedstrijd maximaal moet lopen. Vaak zijn het korte stukken van 15 seconden tot maximaal een 80 meter in een zware slijkcross. Dit lijkt dus eerder op een korte sprint dan op een 10 kilometer. Een veldrit verlies je wel eens in een loopstuk, maar winnen doe je toch met de pedalen.
Alhoewel de nadruk moet liggen op korte loopoefeningen moet je als renner toch iets langere oefeningen inlassen om je spieren aan het lopen gewoon te laten geraken. Start met korte looptrainingen van 15′ aan een zeer lage intensiteit één of twee keer per week zodat je lichaam gewoon geraakt aan de beweging. Pas wanneer je de 15′ kan eindigen zonder spierpijn de dag nadien, kan je echt starten. Dat kan bij de ene slechts een week duren of soms een maand bij iemand anders.
Wanneer je klaar bent om een echte looptraining in te voeren zijn er verschillende manieren om dit te doen. Opnieuw leggen we de nadruk erop dat je bij het lopen moet focussen op de korte sprints. Zoek een korte maar steile helling in je omgeving waar je op kan sprinten (bijvoorbeeld de zijkant van een viaduct). Sprint 100% voluit met een rustperiode tussen de sprints van 2′. Het aantal keer je sprint is afhankelijk van het aantal maal je de sprints op een degelijk niveau kan uitvoeren. Wanneer je twee keer per ronde tijdens een wedstrijd moet lopen en je moet tien ronden afleggen dan moet je bekwaam zijn om twintig keer heel snel te kunnen sprinten! Deze training kan je doen zonder fiets door lichtjes te joggen naar je trainingsplaats en nadien terug lichtjes naar huis te joggen. Je kan het ook doen als deel van je crosstraining waarbij je het eerste deel opwarmt op de fiets en een gedeelte van de intensiteit als looptraining uitvoert om nadien een hersteltraining op de fiets te doen.
In bepaalde wedstrijden – dit is wel de minderheid – heb je niet voldoende aan de specifieke sprintlooptrainingen van 15 seconden. Wanneer deze wedstrijden veel voorkomen – bijvoorbeeld in een periode waar het een lange tijd veel geregend heeft waardoor er veel ‘moddercrossen’ zijn – kan je langere looptrainingen tijdens de week inlassen. Woensdag is meestal de ideale dag om een veldritspecifieke training in te lassen. Hierbij kan je proberen langere loopstroken tot 1 minuut te nemen. Je kan ook beslissen om ’s morgens een aparte looptraining in te lassen waarbij je een specifieke training aan overslagpols vervangt. Een 15-minuten lange blok lopend aan overslagpols is misschien een vreemde training als wielrenner, maar zorgt er zeker voor dat je veel beter voor de dag zal komen tijdens de loopstroken!
Er zijn verscheidene manieren om de looptrainingen te benaderen. Je trainingsweek kan variëren van drie tot vijf dagen per week training met minstens een korte jogging tot enkel een zeer extreme looptraining tijdens een specifieke crosstraining. Wat je doet, hangt af van de tijd die je hebt om een looptraining in te lassen, je gave als loper – ben je al een goede loper of moet je die kwaliteit nog aanscherpen – en van de type wedstrijden die je gaat betwisten. Je zal merken dat het beetje dat je moet focussen op je lopen een kleine investering is die grote winsten kan opleveren. Een plaats waar je moest aanklampen kan een plaats worden waar je kan aanvallen!oor de veldrijders is lopen een belangrijk onderdeel van hun sport. Sommigen hebben hiervoor een natuurlijke aanleg of waren voorheen atleten of triatleten, maar de meesten onder hen ondervinden dat lopen onderhouden moet worden willen ze geen problemen hebben tijdens de wedstrijd. Veldrijden is al een intense sport genoeg, maar door op de training zich te focussen op het lopen kunnen ze van hun zwakte hun sterkte maken of hun voordeel nog verder uitbuiten wanneer ze al goede lopers zijn.
De eerste stap in een trainingsproces is het bepalen van wanneer je een looptraining in je trainingsschema kan plaatsen. Je wil niet beginnen in de laatste voorbereiding op het veldritseizoen. Wanneer het wegseizoen ook een prioriteit is, zijn de looptrainingen moeilijker haalbaar. Niets vermindert je snelheid harder dan lopen. Wanneer veldrijden je specialiteit is, dan kan je reeds heel snel – tijdens de basistraining – starten met de looptrainingen.
Een misvatting die vele renners maken is dat ze lange duurlopen van 10 kilometer of meer moeten maken. Dat is goed wanneer je een marathon gaat lopen, maar veldrijders moeten specifieker trainen. Kijk maar eens naar de tijd die je in een wedstrijd maximaal moet lopen. Vaak zijn het korte stukken van 15 seconden tot maximaal een 80 meter in een zware slijkcross. Dit lijkt dus eerder op een korte sprint dan op een 10 kilometer. Een veldrit verlies je wel eens in een loopstuk, maar winnen doe je toch met de pedalen.
Alhoewel de nadruk moet liggen op korte loopoefeningen moet je als renner toch iets langere oefeningen inlassen om je spieren aan het lopen gewoon te laten geraken. Start met korte looptrainingen van 15′ aan een zeer lage intensiteit één of twee keer per week zodat je lichaam gewoon geraakt aan de beweging. Pas wanneer je de 15′ kan eindigen zonder spierpijn de dag nadien, kan je echt starten. Dat kan bij de ene slechts een week duren of soms een maand bij iemand anders.
Wanneer je klaar bent om een echte looptraining in te voeren zijn er verschillende manieren om dit te doen. Opnieuw leggen we de nadruk erop dat je bij het lopen moet focussen op de korte sprints. Zoek een korte maar steile helling in je omgeving waar je op kan sprinten (bijvoorbeeld de zijkant van een viaduct). Sprint 100% voluit met een rustperiode tussen de sprints van 2′. Het aantal keer je sprint is afhankelijk van het aantal maal je de sprints op een degelijk niveau kan uitvoeren. Wanneer je twee keer per ronde tijdens een wedstrijd moet lopen en je moet tien ronden afleggen dan moet je bekwaam zijn om twintig keer heel snel te kunnen sprinten! Deze training kan je doen zonder fiets door lichtjes te joggen naar je trainingsplaats en nadien terug lichtjes naar huis te joggen. Je kan het ook doen als deel van je crosstraining waarbij je het eerste deel opwarmt op de fiets en een gedeelte van de intensiteit als looptraining uitvoert om nadien een hersteltraining op de fiets te doen.
In bepaalde wedstrijden – dit is wel de minderheid – heb je niet voldoende aan de specifieke sprintlooptrainingen van 15 seconden. Wanneer deze wedstrijden veel voorkomen – bijvoorbeeld in een periode waar het een lange tijd veel geregend heeft waardoor er veel ‘moddercrossen’ zijn – kan je langere looptrainingen tijdens de week inlassen. Woensdag is meestal de ideale dag om een specifieke veldrittraining in te lassen. Hierbij kan je proberen langere loopstroken tot 1 minuut te nemen. Je kan ook beslissen om ’s morgens een aparte looptraining in te lassen waarbij je een specifieke training aan overslagpols vervangt. Een 15-minuten lange blok lopend aan overslagpols is misschien een vreemde training als wielrenner, maar zorgt er zeker voor dat je veel beter voor de dag zal komen tijdens de loopstroken!
Er zijn verscheidene manieren om de looptrainingen te benaderen. Je trainingsweek kan variëren van drie tot vijf dagen per week training met minstens een korte jogging tot enkel een zeer extreme looptraining tijdens een specifieke crosstraining. Wat je doet, hangt af van de tijd die je hebt om een looptraining in te lassen, je gave als loper – ben je al een goede loper of moet je die kwaliteit nog aanscherpen – en van de type wedstrijden die je gaat betwisten. Je zal merken dat het beetje dat je moet focussen op je lopen een kleine investering is die grote winsten kan opleveren. Een plaats waar je moest aanklampen kan een plaats worden waar je kan aanvallen!